Het gedrag van een ezel is deels genetisch bepaald en wordt gevormd door wat het dier eerder heeft geleerd en ervaren. Kennis hiervan zal u helpen het gedrag van een ezel beter te leren begrijpen. Met welke organen neemt een ezel zijn omgeving waar?

oog
Ogen:
Ezels zien goed, ook in het donker en ze zijn in staat om voorwerpen dichtbij en veraf tegelijkertijd scherp te zien. Ze kunnen andere leden van de groep op ruime afstand herkennen. Ze staan ook altijd te kijken naar wat er aan paarden of ezels over de weg voorbijtrekt.

 

ezelsoorOren:
Het brede bereik van geluiden die ezels kunnen maken doet ons concluderen dat ze op z’n minst redelijk goed kunnen horen.

Tastzin, reuk en smaak:
Ze zijn altijd erg nieuwsgierig. Ze onderzoeken onbekende voorwerpen met hun lippen, ze ruiken eraan en proeven ervan en bepalen zo ook wat eetbaar is.

Met welke middelen communiceren ze?

Geluid:
Het typische geluid dat de ezel maakt is het balken. Het is over grote afstand te horen. Het geeft informatie over de status van het dier dat balkt en om de samenhang in de groep te handhaven. De stand van de oren geeft een extra betekenis aan het balken. Bij een begroeting worden de oren wat achteruit gehouden. Bij uitdaging plat achteruit en bij hofmakerij rechtop en naar voren gericht.

In het wild wordt het meest gebalkt door de dominantste hengsten. Mindere hengsten balken maar zelden in de buurt van een dominante hengst. Merries en veulens balken zelden, tenzij ze gescheiden zijn van hun groep. Ezels balken dikwijls tegen de voertijd en als ze andere ezels horen. Merries balken vaker als ze hengstig zijn. Naast het balken hoort men van ezels knorren en grommen bij boosheid. Snuiven of briesen bij opluchting, afkeer, opwinding of bij irritatie van de neus en een zacht gekreun bij het zoeken naar gezelschap.

©Rescueracao MG